Oorlogsgraven


Op 30 januari 1944 werd in de Houtrakpolder een Engelse bommenwerper, de Lancaster JB659, op de terugweg van Berlijn naar Londen door Duits afweergeschut neergeschoten. Het brandende toestel boorde zich in de boerderij van de familie Van der Bijl aan de Machineweg. Twee van de zeven bemanningsleden werden uit het toestel geslingerd, de anderen verdwenen met het toestel diep in de grond. Ook vader, moeder en vier kinderen van de boerderij kwamen hierbij om. De stoffelijke resten van de twee bemanningsleden werden begraven op deze begraafplaats. Na de oorlog werden deze twee graven door de oorlogsgravenstichting geregistreerd, waarvan een door deze stichting geplaatst bord nog steeds getuigt. 

   

Deze gebeurtenis krijgt een vervolg in 2001, wanneer de stoffelijke resten van de vijf andere bemanningsleden door de Havendienst van Amsterdam bij uitbreiding van het havengebied, na het slopen van de boerderij, eindelijk geborgen kunnen worden.
Dit alles zal leiden tot een emotionele bijzetting op 29 november 2001, voorafgegaan door een herdenkingsdienst in de Hervormde kerk in Halfweg. De dienst wordt gezamenlijk geleid door de ‘Archdeacon’ Jeffrey Allen en ‘Major’ Alin Guevremont.

In aanwezigheid van hoogwaardigheidsbekleders uit de drie delen van het Gemene Best en de ambassadeur van AustraliŽ wordt de kist gedragen door ‘The Queens Guard’, gevormd door twee soldaten uit AustraliŽ, twee uit Engeland en twee uit Canada.

 

De bemanningsleden:

 

Naast de hiervoor beschreven oorlogsgraven van de Lancaster bemanning zijn ook nog twee andere oorlogsgraven op onze begraafplaats aanwezig.

Het eerste daarvan is het graf van een 14 jarig meisje Cornelia Anneke (Coco) Gehrels. Zij zat met medeweten van beide opa’s als koerierster in het verzet. In maart 1945 was zij voor haar missie op weg door de polder en werd bij de beschieting van een brug waarop zij fietste dodelijk getroffen..  

 

 

 

 

 

 

 

  In het andere graf werd op 27 september 1951 Douwe Feenstra (her)begraven. Douwe was in Duitsland te werk gesteld. Aanvankelijk wilde hij dat niet maar toen er werd gesteld dat dan zijn vader mee moest is hij toch gegaan. Op een gegeven ogenblik was hij aldaar thuis in de schuilkelder en merkte dat hij zijn identiteitspapieren was vergeten. In plaats van in de schuilkelder te blijven ging hij die toch ophalen. Op dat moment kwam er een bombardement waarbij hij het leven liet. Dat was op 22 september 1943 te Hannover. Hij was slechts 21 jaar oud. Zijn moeder kon het niet geloven dat hij was omgekomen. Zij ging iedere week naar het station om te zien of hij er aan zou komen doch steeds te vergeefs. Jaren later op 24 september 1951 is hij opgegraven en naar Nederland overgebracht en is hier op 27 september 1951 herbegraven

  

 

 .